top of page

Columns en korte verhalen

Mirjam schrijft graag over dingen die ze ziet en haar aan het denken zetten.

Vaak over vooroordelen die daarbij komen kijken.

Hoe ziet jouw omgeving eruit?

23 maart, 2024. Door © Mirjam Offringa

De manier waarop je naar anderen kijkt, wordt beïnvloed door dingen die je eerder hebt meegemaakt met personen die op die ander lijken, door de omgeving waarin je opgroeit (en hoe daar naar die ander wordt gekeken) en door de media. 

 

Zo herinner ik mij een moment, waarop ik bezoek kreeg van een vriend uit Friesland, 25 jaren geleden. Ik woonde toen in een nogal verpauperde flat, ooit gebouwd in de jaren ’60, in Amsterdam-Noord. Een van de eerste dingen die hij deed, toen hij de sociale huurwoning van 28m2 binnenliep, was inspecteren. Hij probeerde te begrijpen waarom ik koos voor weinig ruimte, deze flat en een vieze stad, terwijl hij in Friesland frisse lucht kon inademen, daar de ramen nog werden gelapt en je meer woonruimte had voor minder geld. Al gauw pakte hij een ingelijste foto uit de boekenkast. Hij staarde kort en zei toen heel direct:” Jij bent de enige Nederlander op deze foto”. Op die foto werd ik omringd door enkele vrienden uit Amsterdam.

 

Allereerst klopte de opmerking niet. Op een persoon na,  werd ik op de foto omringd door Nederlanders. Zij hadden en hebben een Nederlands paspoort, spreken de Nederlandse taal en doen volledig mee in de maatschappij. Maar wat hij eigenlijk bedoelde was, dat ik, als enige persoon op die foto, het meest op hem leek: lang, blond, blank en met blauwe ogen. Ik werd daarom stil van zijn opmerking. Want zo had ik zelf nooit naar die foto gekeken. 

 

Die andere huidskleuren, ogen en haren had ik bij de eerste ontmoeting heus wel gezien, want mensen die er anders uitzien dan ik, wekken juist sneller mijn interesse. Alles wat anders is, vind ik interessant. Maar de ontmoeting ontstond vooral door hun houding: hartelijk, toegankelijk en open. En zo werd mijn omgeving steeds kleurrijker. Met vrienden die ooit eens in Java, De Molukken, Turkije, Suriname, Curaçao, Zuid Korea, India, China, Iran, Palestina, Syrië en Colombia waren geboren, maar in Nederland waren opgegroeid of in Nederland waren opgegroeid, maar wiens ouders niet in Nederland waren geboren.  Bijvoorbeeld ouders die noodgedwongen hun land moesten verlaten op zochten naar een betere toekomst voor hun kinderen. Ik luister graag naar hun verhalen en ervaringen. Het verbreedt mijn perspectief en verrijkt mijn leven.

 

Ik woonde niet met plezier in die verpauperde flat, maar ik had weinig keus. Nu, 22 jaren, woon ik in de Jordaan. Het stadsdeel waarvoor ik eigenlijk naar Amsterdam was gekomen. Hier vind ik historie, muziek en mensen die genieten van autonomie. De Jordaan ziet er nu beter uit dan ooit tevoren. Mede ‘dankzij’ de expats die meer te besteden hebben, waarvoor panden ineens werden opgeknapt. Gelukkig zijn er nog wat sociale huurwoningen overeind blijven staan. Daardoor woont arm en de middenklasse tussen rijk en is mijn straat nu hèt toonbeeld van diversiteit. Mijn buurvrouw rechts kreeg voorrang op de sociale huurwoning, nadat ze met haar kinderen vanuit Jemen naar Nederland  was gevlucht. Daarboven woont een jongeman die Syrië is ontvlucht. Verderop in de straat woont een dame die onlangs honderd jaar is geworden. Zij is in de Jordaan geboren en getogen. Schuin en recht tegenover mij wonen expats uit Amerika en welgestelde Nederlanders in dure kooppanden. Achter mij een gezin uit Oekraïne of Rusland, aan de taal te horen en boven mij een verwarde man met een Chinees-Indisch uiterlijk. Maar wie je ook bent, waar je ook vandaan komt, iedereen kan zich hier veilig voelen. Hier groeten en ontmoeten wij elkaar. 

 

Maar ook mijn ouders, inmiddels de tachtig gepasseerd, begrijpen niet dat ik me in deze stad fijn en veilig kan voelen. Dat komt door de nieuwsberichten die ze in de Telegraaf lezen, ondertussen genietend van hun Douwe Egberts koffie op het Friese platteland. Zoveel verschillende culturen. Dat kan toch nooit goed gaan? Als ik ze daarom voorstel eens kennis te maken met ontzettende lieve ouders van een Syrische vriend, willen ze dat niet. Terwijl een ontmoeting hoogstwaarschijnlijk voor begrip zou zorgen en een totaal andere blik.

 

Hoe ziet jouw omgeving eruit? Waar woon je en waarom daar? En als ik een groepsportret zou  maken van jou met je vrienden? Zie ik dan allemaal mensen die op elkaar lijken of een kleurrijk en divers portret? Welke krant lees je of welke media bekijk jij? Hoe beïnvloedt dit de manier waarop jij naar die ander kijkt?

Hoe je cultuurverschillen kunt overbruggen

8 april 2015.  Door © Mirjam Offringa

We hebben afgesproken bij café de Jaren aan de nieuwe Doelenstraat in Amsterdam. Tim en ik. “Ik zit er al” app ik. ”Buiten, aan de waterkant! “Oké! Top! Ik kom er aan ” appt Tim terug.

​

Komst naar Nederland

Tim is een 21 jarige Syriër. 2 jaren geleden kwam hij met zijn ouders, broer en zus naar Nederland, na 1 jaar in Libanon te zijn ondergebracht. Niet illegaal en in gammele bootjes, maar legaal. Met een paspoort en een vliegtuig. Binnen een week hadden ze hun verblijfsvergunning, met een geldigheidsduur voor 5 jaren. Wel hebben ze alles achter moeten laten. De carrière van vader, de mogelijkheden van de drie kinderen daar, vrienden, familie, hun landgoed met olijf- en citroenbomen, de muziek, de geuren, het geluid van de imam vanuit de Moskee, het klimaat. Nu moeten ze de situatie accepteren zoals die is en is de enige hoop van de ouders een goede en veilige toekomst voor hun kinderen.

Tim is de jongste. De veelbelovende Benjamin, die als weinig andere jongens van zijn leeftijd beseft hoe belangrijk een goede opleiding is voor een meer belovende toekomst. Als een bezetene heeft hij alles op alles gezet om de Nederlandse taal te leren. Ontzettend moeilijk, als je gewend bent in Arabische tekens te schrijven en van links naar rechts te lezen. Nu, nog geen twee jaren later, spreekt hij de taal vloeiend en met een accent waar je ‘u’ tegen zegt. 

​

Civiele techniek

Tim wil civiele techniek studeren. Want volgens zijn broer maakt hij dan meer kans op een baan. Zelf ken ik vooral veel Nederlandse jongens die, op zijn leeftijd, vooral erg lui zijn, de hele dag op de mobiele telefoon zitten te staren en vooral bezig zijn met sporten en uitgaan. Doet Tim ook heus wel af en toe, maar dus echt in veel mindere mate.

Hoe dan ook. Hoe graag hij ook wilde, Tim kon zich in eerste instantie niet aanmelden voor de studie civiele techniek, mits hij zijn wiskunde, natuurkunde en Nederlandse taal zou bijspijkeren. Hij plaatste daarom een oproep op Facebook. Of er ook Nederlanders waren die hem bijles wilden geven? Hij wilde er zelfs wel voor betalen. Het is hem gelukt. Door bijscholing op de Vrije Universiteit in Amsterdam en de bijlessen, mag hij na de zomer op de Technische Universiteit in Delft beginnen. Hij kan niet wachten. ​​Tim komt stralend aangelopen. Ik volg hem inmiddels al een tijdje en mag hem gerust een omhelzing geven. “Hoe gaat het?” vraagt hij als eerste. Dan laat hij weten dat het met hem ook goed gaat, nu hij weet dat hij straks naar de Technische Universiteit in Delft mag. 

​

SYVNL

De reden dat ik nu met Tim heb afgesproken is, dat ik ontdekte dat hij zich heeft aangemeld als vrijwilliger bij een stichting, opgericht door een Syriër, maar met ook 3 Nederlanders in het bestuur, dat nieuwe Syrische vluchtelingen helpt sneller te integreren. Ze begeleiden hen naar vrijwilligerswerk, een opleiding of studie en zelfs bij het opstarten van een eigen bedrijf. Ook laten ze hen kennis maken met de Nederlandse cultuur, door hen aan Nederlandse vrijwilligers te verbinden. De stichting heet SYVNL: stichting Syrische Vrijwilligers Nederland. 

​

“Een geweldig initiatief, maar heb je daar nu wel tijd voor, gezien je studie?” vraag ik. “Ik maak hier graag tijd voor” zegt Tim. Zijn bijbaantje in de horeca heeft hij er wel voor op moeten geven. “We willen graag iets terugdoen voor de samenleving in Nederland, aangezien zij ons een veilige thuishaven geven.” zegt Tim. “Ik spreek nu de Nederlandse taal, dus ik kan nu als vertaler helpen en ik heb alle stappen doorlopen die je tegenkomt in (bureaucratisch) Nederland. Daardoor kan ik nu helpen nieuwkomers wegwijs te maken”. 

​

De stichting is ca. 8 maanden geleden opgericht door Mohammed Badran. Hij is net als Tim 2 jaren geleden naar Nederland gekomen. Ook hij spreekt de taal nu vloeiend. Hij volgt eveneens cursussen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, in de hoop gauw verder te kunnen studeren. Zo vertelde hij in een uitzending van de IKON, in het programma ‘De Nieuwe Wereld’, dat hij graag culturele antropologie en ontwikkelingssociologie wil studeren. Deze stichting past mooi bij die behoefte. Want culturen kunnen van elkaar leren en samen een aan een nieuwe toekomst bouwen. 

​

Wat wij van Syriërs kunnen leren

“Wat denk jij dat Nederlanders van Syriërs kunnen leren?” vraag ik. Tim hoeft blijkbaar niet na te denken en antwoord direct: “flexibiliteit”. “Bij Nederlanders moet alles volgens afspraak. Je kunt niet zomaar spontaan iets afspreken of spontaan iets gaan doen. Alles gaat via de agenda”. Tegelijkertijd beseft hij dat dit wellicht met alle regels en bureaucratie in Nederland te maken heeft. “Nederlanders zijn veel tijd kwijt aan alle eisen waaraan je hier moet voldoen, omdat alles hier wordt gecontroleerd. Belastingaangiftes, verzekeringspapieren en ga zo maar door. Dat vraagt veel tijd en zorgen, waardoor je minder tijd overhoudt om dingen zomaar even spontaan te doen.” “In Syrië hadden we dat allemaal niet. Wie geld heeft, regelt de dingen met geld. Alles was daar te koop” “corrupt bedoel je” reageer ik. Tim lacht. “Oh! En zeuren!” bedenkt hij dan. “Veel Nederlanders hier mogen wel wat meer beseffen hoe goed ze het hier hebben. Qua veiligheid, orde, saamhorigheid, kansen en mogelijkheden. De mensen hebben het hier heel goed.”

“En wat kunnen de Syriers van de Nederlanders leren?” Tim wordt stil. Hij lacht ongemakkelijk en kijkt weg. Dan vraagt Tim waarom veel Nederlanders moeite hebben met het opvangen van Syrische vluchtelingen. Ik antwoord dat veel Nederlanders bang zijn voor de grote cultuurverschillen. Ze zijn bang dat Nederland langzamerhand meer gaat Islamiseren, wanneer ze steeds meer moslims in dit land toelaten. Bovendien zit Nederland nog steeds in een crisis en is er een woningtekort voor de mensen met een lager inkomen. Vluchtelingen kregen binnen 3 maanden een sociale huurwoning, terwijl Nederlanders al meer dan 6 jaar op de wachtlijst staan voor een soortgelijke woning. “En de Nederlanders betalen belasting, zodat jullie hier veilig kunnen wonen”.  “En hoe vinden al die nieuwe ‘Nederlanders’ hier straks een baan?”. Tim knikt begripvol. Ook hij maakt zich daar wel zorgen over. Maar niet over de Islamisering van Nederland. “De meeste Nederlanders die dat zeggen hebben nog nooit een Syriër gesproken. Ik ben thuis zowel met het christendom als de Islam opgevoed. In Aleppo zat ik op een Christelijke school. Mijn ouders zijn beide Islamitisch, maar er lag zowel een bijbel als koran op tafel”. “In Syrië gingen veel verschillende religies goed samen”. Tot de Arabische lente begon. “En wat de crisis in Nederland betreft: wij zijn ons daarvan bewust en willen daarom juist graag ons steentje bijdragen en iets terug doen. ”

​

Inmiddels hebben 500 Syriers zich laten inschrijven in de database van de stichting in de hoop passend vrijwilligerswerk te kunnen doen. Dit zijn vooral Syriërs die zich vervelen, omdat ze nog wachten op werk of de toelating voor een opleiding of studie. Ze willen graag nuttig zijn. 

​

We praten nog wat informeel na en dan vraagt Tim wat ik de dag verder nog ga doen. Ik vertel hem dat ik aan het einde van de dag twee vrienden gedag wil zeggen. Omdat de vrienden met elkaar getrouwd zijn, vraagt Tim wat ik daarvan vind. “Ik heb daar geen moeite mee” antwoord ik. “sommige mensen vallen nu eenmaal op mensen met hetzelfde geslacht. Daar hebben ze zelf niet voor gekozen”. “Dat is nooit bewezen” zegt Tim dan. Volgens hem is het een keuze. “als ik een zoon zou hebben, zou ik niet willen dat hij met een vriend thuiskwam” zegt Tim. “Maar je kunt het je zoon toch niet verbieden, als hij gelukkiger is met een man dan met een vrouw?” vraag ik verbaasd. Tim kijkt bedenkelijk en lijkt bij het woord ‘gelukkig’ al wat te gaan twijfelen. Hij werd gedwongen Syrië te verlaten, terwijl hij zich daar thuis voelde. Sommige dingen overkomen je. Dat heb je niet in de hand. Misschien kan deze Syriër dan toch ook wat van de Nederlanders leren?

bottom of page